HOME  |  Bestuur & Organisatie  |  Over de raad

Over de raad

De gemeenteraad heeft 3 hoofdtaken

1. De hoofdlijnen van het gemeentebeleid vaststellen

De gemeenteraad neemt de grote en belangrijke beslissingen op hoofdlijnen, waarbinnen het college kan functioneren. Dit wordt ook wel kaderstelling genoemd. Het gaat daarbij om allerlei onderwerpen die voor Opmeer en haar inwoners van belang zijn. De raad stelt ook verordeningen, gemeentelijke regels, vast waaraan elke inwoner zich dient te houden. Verder stelt de raad elk jaar de gemeentelijke begroting vast en bepaalt hij de hoogte van de gemeentelijke tarieven en belastingen. De begroting geeft aan welke belangrijke projecten de gemeente in het volgende kalenderjaar gaat uitvoeren en hoeveel geld van het gemeentelijk budget daarvoor wordt uitgegeven.

2. De inwoners van Opmeer vertegenwoordigen

De raad treedt op namens de inwoners van Opmeer. Het is daarom belangrijk dat raadsleden zicht houden op de opvattingen en behoeften van de inwoners, problemen onderkennen en contacten onderhouden met maatschappelijke organisaties. Regelmatig contact onderhouden met u als inwoner is nodig om te kunnen weten wat er in de gemeente leeft. Bij het nemen van besluiten in de raad zullen de raadsfracties de verschillende belangen tegen elkaar afwegen en elke fractie doet dat vanuit haar politieke visie.

3. Het college controleren

De gemeenteraad controleert of het college de invulling en uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid goed uitvoert. Worden afspraken nagekomen. Gaat het college verantwoord om met de financiën? Wordt er goed naar de bevolking geluisterd? Is er voldoende overleg geweest met de verschillende belangengroepen? Lopen processen volgens schema? Als de gemeenteraad het niet eens is met een collegebesluit kan de raad dit besluit niet herroepen. Wel kan de raad er bij het college op aandringen om een ander besluit te nemen.

Een belangrijk controlemiddel voor de raad is de jaarrekening. In de jaarrekening staat omschreven waaraan het geld is uitgegeven. De raad stelt zich bij het controleren van de jaarrekening onder andere de volgende vragen: Waar was sprake van meevallers en waar van overschrijdingen? Wat is er daadwerkelijke terechtgekomen van de plannen en voornemens voor het afgelopen jaar? Welke projecten zijn er uitgevoerd, welke niet en is het effect dat de raad met het beleid wilde bereiken ook daadwerkelijk bereikt?