HOME  |  Inwoners  |  Houtkachels  |  Tips voor goed gebruik van een houtkachel

Tips voor goed gebruik van een houtkachel

  • Tips voor goed gebruik van een houtkachel

    De houtkachel: lekker warm, gezellig en sfeervol, met name in de winter. Rook van open haarden en houtkachels kan echter overlast veroorzaken voor u en uw buren.

    Tips om overlast te voorkomen

    Om overlast en gezondheidsrisico’s te beperken (ook voor uzelf) zijn er een aantal zaken die u als eigenaar zelf kunt aanpakken:

    • Gebruik voor een goede verbranding de volledige capaciteit van de kachel. Zuinig stoken veroorzaakt roetaanslag in het schoorsteenkanaal, wat tot luchtverontreiniging en zelfs brand kan leiden.
    • Zorg voor de juiste grootte van uw kachel in verhouding tot de ruimte die u wilt verwarmen.
    • Zorg voor voldoende ventilatie. Open een raam of rooster en zorg voor toevoer van lucht naar de kachel.
    • Laat minstens één keer per jaar uw schoorsteen vegen door een erkende vakman.
    • Stook niet bij mistig en /of windstil weer.
    • Maak een houtvuur aan met aanmaakblokjes (zonder parafine) en kleine houtjes. Het vuur aanmaken met vloeibare stoffen is uit den boze. Als dat goed brand kunt u er steeds houtblokken opleggen.
    • Stook alleen droog, schoon en onbehandeld hout. Stook bij voorkeur berkenhout. Dit is een soort hout dat snel ontvlamt en minder lang smeult en rookt dan andere soorten.
    • Stook geen hout dat geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Ook sloophout, multiplex en spaanplaat zijn niet geschikt. Hierbij kunnen schadelijke stoffen vrijkomen.
    • Witte of kleurloze rook is een goed teken. Hout verbrandt dan volledig in de houtkachel en heeft voldoende zuurstof. Grijze, grijsblauwe of zwarte rook wijst op onvolledige verbranding.
    • Stook met mate. Stook niet elke dag en ook niet langer dan vier uur op een dag.
    • Laat na het stoken het vuur rustig uitbranden.