HOME  |  Zorg en Ondersteuning  |  Onderwijs  |  Hoogbegaafd?! En nu?

Hoogbegaafd?! En nu?

Het onderwerp 'Hoogbegaafdheid' leeft ook erg binnen het  Westfriese onderwijs. In een interview met Anna Lont-Zuidema krijgen we uitleg over wat hoogbegaafdheid is, over maatwerk per kind en tips en trucks.  Anna is projectleider passend onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen bij het samenwerkingsverband De Westfriese Knoop  en samenwerkingsverband VO Westfriesland, orthopedagoog en zelfstandig onderwijsadviseur.

Wat is het verschil tussen slim zijn en hoogbegaafd?

Allereerst is het belangrijk op te merken dat er geen wetenschappelijke, eenduidige definitie van hoogbegaafdheid bestaat. Wel is er enige consensus over een aantal veel genoemde voorkomendheden bij hoogbegaafdheid. Zowel bij hoogbegaafde als bij slimme mensen is er sprake van een sterk cognitief potentieel en je zou kunnen zeggen dat dit potentieel  bij hoogbegaafde mensen nog wat groter is. Daarnaast draait het bij hoogbegaafdheid niet alleen om slim zijn, maar ook om het op een creatieve manier kunnen denken. Het buiten de reguliere lijnen en kaders denken en originele oplossingen voor vraagstukken kunnen bedenken. Dit wordt ook wel creërend denkvermogen genoemd. Dit is een  fantastisch vermogen, maar kan ook een belemmering zijn, omdat er in ons schoolse systeem (te) weinig beroep gedaan wordt op deze creativiteit. Er wordt van je verwacht dat je gewoon het juiste antwoord kunt geven op wat meer gesloten vragen. In het algemeen zou je kunnen stellen dat slimme kinderen vaak prima gedijen binnen het onderwijs en  dat dit voor hoogbegaafde kinderen lang niet altijd opgaat. Zij raken dikwijls gedemotiveerd van de hoeveelheid herhaling of van de voor hen weinig uitdagende vragen en opdrachten.  

Waar kun je een hoogbegaafd persoon aan herkennen?

Een belangrijk kenmerk is de snelheid van denken en onthouden. Hoogbegaafde personen maken grotere leerstappen en kunnen hierdoor nieuwe materie over het algemeen vlotter begrijpen en toepassen. Zij kunnen snel verbanden leggen en de samenhang tussen dingen doorzien. Ik noem dit ook wel eens de denkkracht die sterker ontwikkeld is.  Daarnaast zijn er een aantal persoonskenmerken die in verband gebracht worden met hoogbegaafdheid. Hierbij is het niet zo dat deze kenmerken pas voorkomen bij een IQ vanaf 130, je kunt het zien als  een continuüm; je kunt deze persoonskenmerken in meer of mindere mate herkennen bij zowel begaafde als hoogbegaafde personen. Dan gaat het bijvoorbeeld om kenmerken als verhoogde sensitiviteit, intense beleving, sterk rechtvaardigheidsgevoel en een hoge morele standaard. Een ander belangrijk kenmerk waar veel hoogbegaafde mensen zich in herkennen is het hanteren van een hele hoge lat, dus het hebben van een perfectionistische instelling. Op zich is dit een positieve eigenschap, maar wanneer het de overhand neemt kan het ook verlammend gaan werken en bijvoorbeeld faalangst of het vermijden van dingen die je moeilijk vindt in de hand werken.

Is er een verschil in de herkenbaarheid van hoogbegaafdheid tussen jongens en meisjes?

Er zijn een aantal groepen bij wie hoogbegaafdheid lastiger te herkennen is. Meisjes zijn er daar inderdaad één van, net als sterke onderpresteerders. Meisjes zijn vaker geneigd zich aan te passen aan hun omgeving, waardoor hun cognitieve talent onvoldoende wordt herkend. Ook van leerlingen met een andere culturele achtergrond is bekend dat (hoog)begaafdheid minder vaak wordt gesignaleerd, evenals leerlingen met een   leer- of gedragsprobleem.  Wanneer een leerling bijvoorbeeld dyslectisch is compenseert de hoge intelligentie voor de leesmoeilijkheden en voorkomt zo een grote uitval. Dit kan het leerprobleem maskeren. Tegelijkertijd leidt het leerprobleem ertoe dat de leerling zijn of haar cognitief talent niet optimaal kan benutten en de (hoog)begaafdheid mogelijk niet als zodanig wordt herkend.  

Wat zijn de pluspunten van hoogbegaafd zijn?

Vergelijk het met een sportief of muzikaal talent. Het kan je veel voldoening geven om iets te doen met je cognitieve talent. Het is bevredigend om je ergens echt in te verdiepen, of dat nu een moeilijk muziekstuk is of een wiskundig vraagstuk. Daarnaast is de denkkracht van (hoog)begaafden van maatschappelijk belang. De samenleving zit verlegen om cognitief talent wat de vraagstukken van de toekomst gaat oplossen. Een ander pluspunt is dat (hoog)begaafden heel gepassioneerd kunnen zijn. Zij kunnen intens genieten. Dat is de positieve keerzijde van de hoge sensitiviteit die vaak gepaard gaat met (hoog)begaafdheid. Deze mensen kunnen intens van iets genieten.

Hoeveel mensen zijn er binnen Westfriesland hoogbegaafd?

Dit is natuurlijk niet exact te zeggen, maar op basis van statistische gegevens is bekend dat  ongeveer 10% van de leerlingen kenmerken laat zien die duiden op (hoog)begaafdheid. Zij hebben, naast een hoog cognitief potentieel, ook kenmerken als een sterk creërend denkvermogen of een sterke gedrevenheid (bij interesse). Als je van dit percentage uitgaat, kunnen we stellen dat er ongeveer 1800 (hoog)begaafde leerlingen in het basisonderwijs en 1250 leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid in het voortgezet onderwijs zitten in Westfriesland.

Waarom is het goed dat er vanuit het onderwijs extra aandacht is voor hoogbegaafde kinderen?

We hebben in Nederland afgesproken dat kinderen op school een ononderbroken ontwikkelingsproces moeten kunnen doorlopen. Het is goed dat we ons realiseren dat voor (hoog)begaafde kinderen dit binnen het reguliere onderwijs(aanbod) niet automatisch een vanzelfsprekendheid is. Kinderen die heel snel leerstappen nemen ervaren geen aanbod in hun zone van naaste ontwikkeling. Zij krijgen lesstof aangeboden waarvan zij de doelen al beheersen, of het tempo waarin nieuwe lesstof wordt aangeboden volstaat niet.  Dit heeft als negatief gevolg dat je gedemotiveerd raakt, je je verveelt, maar bijvoorbeeld ook dat je geen leerstrategieën ontwikkelt om een probleem buiten je eigen directe kennis op te kunnen lossen. Daarom blijft het belangrijk binnen het onderwijs aandacht te schenken aan deze groep leerlingen. In Nederland zijn we namelijk heel goed in het onderwijzen van onze minst presterende leerlingen, maar we blijken nog niet zo goed in het bedienen van de (in potentie) best presterende leerlingen.

Wat is wetenschappelijk onderbouwd echt effectief in de begeleiding aan hoogbegaafde kinderen?

Vanuit hoogbegaafde (jong)volwassenen wordt vooral aangegeven dat zij het meeste baat hebben gehad bij een leerkracht die hen begreep. (H)erkenning in de eerste plaats dus. Daarnaast zijn compacten, verrijken en versnellen van het onderwijs aantoonbaar effectieve onderwijsaanpassingen voor (hoog)begaafde leerlingen. Een laatste punt dat ik hier wil noemen is het belang van contact met ontwikkelingsgelijken. Het kunnen aangaan van sociale contacten met zogenaamde ‘gelijkgestemden’, andere kinderen met dezelfde interesses en denkwijze is van groot belang voor het persoonlijk welzijn, en voor persoonlijke groei en ontwikkeling. 

Is het altijd handig om kinderen één of meerdere klassen over te laten slaan wanneer zij (hoog)begaafd zijn?

Nee, niet per definitie. Je kunt niet zeggen dat vanaf een bepaald IQ het versnellen van het onderwijs automatisch aan de orde is. We weten wel uit zowel nationaal als internationaal onderzoek dat versnellen een hele positieve interventie kan zijn. Het blijft echter altijd maatwerk om te kijken of het voor ‘deze leerling in deze klas op deze school en met deze ouders’ een goede interventie is. Ik vind dat er allereerst gekeken moet worden naar de didactische ontwikkeling van het kind. Geeft die aanleiding om over versnellen na te denken? Op het moment dat een leerling een brede en grote voorsprong heeft, kan dit een positieve indicatie zijn.  Een beslissing om te versnellen is er één om zorgvuldig te nemen in overleg met alle betrokkenen, bij voorkeur in het ondersteuningsteam van de school

Als ouders of leerkrachten hoogbegaafdheid vermoeden wat kunnen ze dan doen?

Als er een vermoeden is van (hoog)begaafdheid is het in eerste instantie van belang dat je samen kijkt wat er nodig is voor het kind. De visie vanuit het samenwerkingsverband is dat kinderen zo veel mogelijk passend onderwijs op de eigen school aangeboden krijgen, thuisnabij. Er wordt op dit moment hard gewerkt om dit, óók voor (hoog)begaafde leerlingen, (verder) te versterken en expertise bij scholen te vergroten in het herkennen en onderwijzen van (hoog)begaafde leerlingen. Het is belangrijk om breed het gesprek aan te gaan op school, het liefste in het ondersteuningsteam (OT). Centrale vraag zou zijn wat deze leerling nodig heeft om te kunnen blijven ontwikkelen. Het is goed om te kijken wat er in de schoolse omgeving aan aanpassingen nodig is, maar het is ook goed om te kijken wat stimulerend en wat mogelijk belemmerend werkt voor dit specifieke kind. Als de leerling bijvoorbeeld moeite heeft met het  aangaan van moeilijke opdrachten zonder directe succesgarantie, dan is dit een duidelijke factor om rekening mee te houden en vraagt dat iets in de begeleiding van de leerling. Eigenlijk is dat dan de belangrijkste uitdaging binnen het onderwijs. De aanpassing in lesstof om de leerling in ontwikkeling te houden is voorwaardelijk, maar de begeleiding van de leerling bij diens leerproces is het meest cruciaal. Daarin moeten ouders en onderwijs goed samenwerken. Om bijvoorbeeld een meer op groei gerichte leerhouding te stimuleren bij een leerling, is het nodig dat zowel school als ouders dit ook echt beiden uitdragen. Wanneer het kind namelijk toch signalen krijgt dat het leveren van hoge prestaties het meest belangrijke doel is, zal het een stuk lastiger zijn om (cognitieve) uitdagingen aan te gaan en te leren durven.  

Hoe herken je onderpresteren?

Bij onderpresteren wordt vooral gekeken naar het verschil tussen wat er van het kind verwacht wordt en wat het kind laat zien. Belangrijke vraag daarbij is wel of die verwachtingen alleen gebaseerd zijn op het IQ. Het is alom bekend dat naast het IQ, ook andere  persoonlijke factoren van grote invloed zijn op iemands presteren. Inzet, concentratie, doorzettingsvermogen, om maar eens wat te noemen. Daarnaast is ook een stimulerende omgeving, zowel op school als thuis nodig, om talent optimaal te ontwikkelen. Je kunt dus nooit enkel en alleen op basis van iemands IQ verwachten dat deze persoon als vanzelf tot (zeer) hoge prestaties zal komen. Onderpresteren in de zin van het ontbreken van een stimulerende omgeving, een gebrek aan passende uitdaging, laat zich vaak wel herkennen. Leerlingen kunnen gedemotiveerd raken en zich vervelen. Wanneer een kind aangeeft zich te vervelen kan dat echter ook een excuus zijn voor het niet durven aangaan van iets wat het moeilijk vindt. Altijd belangrijk dus om goed na te gaan wat er daadwerkelijk aan de hand is. Wanneer er op jonge leeftijd sprake is van een duidelijk verschil van hoe het kind zich thuis opstelt in vergelijk met de opstelling op school, zeker wanneer er ook nog eens verlies van vaardigheden optreedt doordat een kind bijvoorbeeld op school niet wil opvallen, moet je zeker alert zijn op onderpresteren.

Wat kunnen ouders en school doen in het geval dat een (hoog)begaafd kind blokkeert, vastloopt en veel weerstand heeft binnen het onderwijs?

Het belangrijkste in dit soort gevallen is dat ouders en school met elkaar in gesprek blijven. Vaak zie je dat de samenwerking erg onder druk komt te staan, doordat ouders zich grote zorgen maken over het welzijn van hun kind en zij het gevoel krijgen dat de school onvoldoende bij machte is om hun kind te ondersteunen. Beide partijen moeten zich actief inzetten om de samenwerking in stand te houden en een vertrouwensbreuk te voorkomen. Zowel school als ouders moeten met open vizier blijven werken aan het gezamenlijke doel; de ontwikkeling en het welbevinden van het kind. Het inschakelen van expertise is ook aan te raden. Scholen kunnen zelf een begaafdheidsspecialist hebben of binnen het eigen schoolbestuur en sinds vorig schooljaar is er ook vanuit het samenwerkingsverband de mogelijkheid om expertise op het vlak van (hoog)begaafdheid in te schakelen. Dit kan laagdrempelig, vaak snel en ondersteuning is afgestemd op de hulpvraag van school en ouders. De deskundige kan bijvoorbeeld aanschuiven bij het ondersteuningsteam, maar kan ook een observatie uitvoeren of met een leerkracht een plan van aanpak voor een leerling maken.    

Wat kunnen ouders zelf thuis doen om een (hoog)begaafd kind te ondersteunen?

Wat in de basis goed is voor alle kinderen is ook goed voor (hoog)begaafde kinderen. Je wilt je kind graag goed begeleiden richting zelfstandigheid en volwassenheid. Voor ouders van hoogbegaafde kinderen is het goed om te beseffen welke kenmerken kunnen samenhangen met (hoog)begaafdheid en wat dit van ouders vraagt in het afstemmen op de specifieke behoeftes van je kind.  Mijn ervaring is dat ouders met (hoog)begaafde kinderen erg op de proef kunnen worden gesteld voor wat betreft balanceren tussen enerzijds beschermen en anderzijds stimuleren.

Hoe kan een (hoog)begaafd kind aansluiting vinden of houden met leeftijdsgenoten?

Belangrijk om te benadrukken is dat ‘het hoogbegaafde kind’ niet bestaat. Er is zo veel diversiteit binnen deze groep. Het ene hoogbegaafde kind kan dus heel goed opschieten met leeftijdsgenoten en heeft volop vrienden, terwijl een ander heel weinig overeenkomsten vindt met leeftijdsgenoten. Dan is het belangrijk om op zoek te gaan naar plekken waar je ontwikkelingsgelijken kunt treffen. Dat kan bijvoorbeeld in plusklassen, maar ook heel goed buiten schooltijd, bijvoorbeeld bij een schaakclub. Je moet er een beetje creatief naar kijken en goed nadenken wat bij jouw kind past. Ik ken ook kinderen die door hun grote verbeeldingskracht heel erg houden van toneel en musical. Daar zou je dan ook heel goed aansluiting kunnen vinden.

Zijn er ook voorzieningen voor hoogbegaafde volwassenen?

Vereniging Mensa is in Nederland, maar ook internationaal, goed bekend als verenging voor onderlinge contacten en informatie. Daarnaast is er in Nederland het IHBV; Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen.

De meest gebruikte intelligentietest heeft een update gekregen. Op de nieuwe versie scoren veel minder kinderen op hoogbegaafd niveau. Ook kinderen die op de oude test wel in de categorie hoogbegaafd scoorden doen dat nu niet meer. Hoe kan dit?

Ik ben bekend met dit gegeven, maar ik voer sinds enige tijd zelf geen diagnostisch onderzoek meer uit en heb dus geen eigen ervaring met de WISC-V. Ik weet dat het inderdaad geconstateerd wordt, maar dat collega’s ook nog steeds wel kinderen als hoogbegaafd testen. Ik zou in dit verband graag wijzen op een interessant artikel van Lianne Hoogeveen*, waarin zij benoemt dat zij deze onduidelijkheid juist toejuicht, omdat daarmee de discussie hoe wij tegen intelligentie aankijken en hoeveel gewicht wij aan een IQ uitslag ophangen in het kijken naar begaafdheid wordt aangezwengeld. Ik ben van mening dat het niet altijd nodig is om intelligentieonderzoek te doen om aan te kunnen sluiten bij wat een iemand nodig heeft.

*https://hkoppies.wordpress.com/2018/10/03/leerlingen-labelen-als-hoogbegaafd-is-helemaal-niet-nodig/

In Westfriesland wordt vaker gesproken over een zogenaamde bore-out bij hoogbegaafde kinderen. Bestaat deze term officieel?

Het is geen diagnose. Hoogbegaafdheid is overigens ook geen diagnose. Bore-out is een benaming die nog niet zo lang onder sommige  hulpverleners in zwang is en duidt op stelselmatige verveling en wat dat doet met iemand.

Kun je tenslotte nog kort aangeven waar je nu mee bezig bent als projectleider (hoog)begaafdheid?

Het afgelopen jaar heeft het samenwerkingsverband De Westfriese Knoop drie ondersteuningsvoorzieningen voor hoogbegaafde kinderen gerealiseerd, verdeeld over de Westfriese regio. Een vierde voorziening start naar verwachting op korte termijn. Deze voorzieningen zijn bedoeld voor hoogbegaafde leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte waaraan de school op dit moment onvoldoende tegemoet kan komen. Je kunt denken aan leerlingen met een forse ‘fixed mindset’ die cognitieve uitdaging niet aan durven te gaan, leerlingen met onvoldoende ontwikkelde leer- en werkstrategieën. Deze leerlingen krijgen één dag per week specifieke ondersteuning bij juist het ontwikkelen van dergelijke levens- en leervaardigheden. Belangrijkste doel is om zowel leerling als school dusdanig te versterken dat de leerling (weer) optimaal kan profiteren van een onderwijsaanbod op maat op de eigen school. Daarnaast hebben we inmiddels voor alle basisscholen in Westfriesland een standaard opgesteld met betrekking tot signaleren en aanpassen van het onderwijs en de begeleiding van (hoog)begaafde leerlingen. Deze standaard maakt duidelijk waar we over vier jaar willen staan. Op dit moment onderzoeken we het scholingsaanbod voor de leerkrachten in het basisonderwijs, zodat zij over vier jaar allen toegerust zijn om volgens deze standaard les te geven. Daarnaast zijn we op dit moment ook bezig met het onderzoeken hoe arrangementen voor hoogbegaafde leerlingen met een nog grotere ondersteuningsbehoefte vormgegeven kunnen worden. Het project in samenwerkingsverband voor voortgezet onderwijs Westfriesland is net gestart. Hierbinnen werken wij momenteel aan een soortgelijke kwaliteitsstandaard als in het basisonderwijs. Daarnaast zullen wij ook hier inzetten op (verdere) professionalisering.