Vraag en antwoord over de handhavingskwestie pioenrozen 

Versie 01-10-2026 
 
Meer informatie leest u in de raadsinformatiebrief: Document Opmeer - DEF. Raadsinformatiebrief - iBabs Publieksportaal. 

Waarom heeft de gemeente de vooraankondiging tot handhaving gestuurd?  

Op 20 maart 2026 is er een verzoek om handhaving ingediend door de ‘Groene Arabesk’. Deze is gemachtigd door het bestuur van de Stichting Natuurbeschermingswacht, Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Stichting Mobilisation for the Environment. 
 
Na ontvangst van een handhavingsverzoek start een wettelijke procedure en is de gemeente gedwongen (‘beginselplicht tot handhaving’), de bijbehorende juridische stappen te zetten. De gemeente is verplicht een controle te doen op basis van het handhavingsverzoek. Wanneer er daadwerkelijk een overtreding van bestemmingsplan geconstateerd wordt, dan is een schriftelijke vooraankondiging van voorgenomen handhaving een verplicht onderdeel van de juridische procedure.   
  
Ook start er per ontvangstdatum van het handhavingsverzoek een wettelijke beslistermijn. Wanneer de gemeente niet voldoet aan de aspecten die horen bij deze procedure, dan worden juridische kosten geriskeerd die wellicht te voorkomen zijn. Vanuit deze kaders is de gemeente bij aanvang van dit proces beperkt in haar mogelijkheden en tijd. De noodzakelijke stappen moeten verplicht direct gezet worden.    

Waren er op het moment van verzending van de vooraankondiging tot handhaving – ook andere mogelijkheden bekend voor de betrokken agrariërs? 

Op het moment van verzending van de vooraankondigingen, waren er geen alternatieve mogelijkheden bekend bij de gemeente. Wel is de gemeente direct een traject gestart, waarin onderzocht wordt wat de eventuele mogelijkheden voor de belanghebbenden zijn.   
 
Een vooraankondiging tot handhaving is zoals beschreven in de brief, geen definitief besluit tot handhaving. Daarbij vooropgesteld: in het handelen van de gemeente staat altijd het algemeen belang, het belang van de inwoners en ondernemers van Opmeer voorop. Het verzoek om handhaving wordt afgehandeld conform de geldende wet- en regelgeving.  

Het college en de gemeentelijke organisatie onderzoeken om die reden na aanvang van het juridisch traject, tegelijkertijd intensief wat de aanwezige mogelijkheden zijn voor de betrokkenen. Dit traject loopt daarmee parallel met de te zetten juridische stappen.  
 
De uitvoering van dat onderzoek vraagt de nodige tijd.  
Waar mogelijk zal de gemeente zich inzetten de ondernemers en inwoners te ondersteunen en/of van dienst te zijn. 

Is er inmiddels meer bekend over de mogelijkheden voor de betrokken agrariërs? 

Omdat dit geen ‘algemene handhaving’ betreft, maar handhaving per betrokken perceelhouder, kan dit per agrariër verschillen.  
Om die reden heeft de gemeente in de vooraankondiging de ondernemers aangegeven hun zienswijze bij de gemeente in te dienen. Die informatie wordt betrokken in de besluitvorming over de handhaving. Dit proces loopt op dit moment. 

Wat kunnen de telers en perceeleigenaren nu concreet doen?  

Telers en perceeleigenaren kunnen een aanvraag om omgevingsvergunningen indienen, om van het bestemmingsplan af te wijken: Omgevingsvergunning | Gemeente Opmeer. 
Dit is de snelste oplossing om het gebruik te legaliseren waar dat juridisch mogelijk is. Omdat nog geen breder beleid is vastgesteld, ligt het niet voor de hand om pioenkwekerijen definitief te legaliseren. Wat mogelijk is het, gesteund door een positieve grondhouding van de raad, verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning. Hierbij moet aan ruimtelijk relevante aspecten worden voldaan, zoals landschappelijke en milieutechnische eisen. Aan deze vergunning wordt een termijn verbonden waarbinnen verwacht wordt dat het uiteindelijke beleid is vastgesteld.  

Waarom heeft de gemeente niet gekozen voor een algemene bijeenkomst voor de betrokkenen en eventuele andere partijen – voorafgaand aan het verzenden van de vooraankondiging handhaving? 

Als de gemeente een handhavingsverzoek krijgt, dan geldt er een wettelijke beginselplicht tot handhaving. Dit is vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS):   

‘Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken.’ 

Anders gezegd: een algemene bijeenkomst voorafgaand aan de verzending van de vooraankondiging handhaving, vertraagt het juridische proces. Dit terwijl dat proces gebonden is aan wettelijke termijnen. Voortgang is noodzakelijk om onnodige juridische kosten te voorkomen. Dat beperkt bij aanvang de mogelijkheden. Door in de verzonden brief de betrokken agrariër te verzoeken een zienswijze in te dienen, kan er per situatie individueel beoordeeld worden wat de beste opties zijn.  
 
Dat is de reden dat er geen algemene bijeenkomst voorafgaand aan de vooraankondiging is georganiseerd. De gemeente wil er zo voor zorgen dat de formele lijnen goed lopen, in het belang van de betrokken agrariërs en de sector in het algemeen.  
 
De beleidsruimte waarover bestuursorganen bij handhaving beschikken is met deze beginselplicht tot handhaving dus zeer beperkt. Deze plicht geldt onverkort, of er nu sprake is van ambtshalve geconstateerde overtredingen of van overtredingen waarop wordt gewezen via een verzoek tot handhaving van een belanghebbende. Bij een verzoek om handhaving gaat de gemeente niet direct in gesprek met de betrokken partijen, maar doet eerst zelf onderzoek naar de illegale situatie die in het verzoek om handhaving is vermeld: het ligt op de weg van het tot handhaving bevoegde bestuursorgaan (lees: de gemeente) om feiten en omstandigheden te verzamelen om vast te stellen of sprake is van een overtreding.  Daarna dient de schriftelijk vooraankondiging handhaving verzonden te worden. 

Was ‘zicht op legalisatie’ niet een ‘manier’ geweest om de teelt te gedogen en dus van handhaving af te zien?  

Er is een verschil in betekenis als het gaat om ‘concreet zicht op legalisatie’ en ‘gedogen’.   

Concreet zicht op legalisatie is een objectieve, juridische uitzondering op de beginselplicht tot handhaving waardoor een bestuursorgaan moet afzien van handhaving. Gedogen is de situatie waarin de overheid weet dat er een overtreding plaatsvindt, maar besluit om (vooralsnog) geen handhavingsmiddelen in te zetten. Gedogen maakt de situatie niet legaal; de handeling blijft in strijd met de wet- en regelgeving. In beide gevallen is er (tijdelijk) geen sanctieoplegging, maar ze verschillen fundamenteel qua juridische status en verplichting.   

Voor de aangeschreven percelen is het, gezien de wet- en regelgeving, niet toegestaan om op deze gronden pioenrozen te telen. Dat is ook de reden waarom er in de vooraankondigingen vermeld staat dat er geen zicht is op legalisatie.   

Uit alle beleidsstukken bleek dat tuinbouw ongewenst is op locaties waar dat niet is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Zicht op legalisatie is een formeel aspect van het handhavingsonderzoek; het moet overduidelijk zijn dat er zicht is op beëindiging van de overtreding. Zicht op legalisatie moet ook concreet zijn. Dat was niet het geval. Nu de gemeente het voornemen heeft uitgesproken om beleid voor te bereiden over de wenselijkheid van tuinbouw en daarbij een positieve grondhouding heeft uitgesproken over pioenrozenteelt, kan bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning daarop worden teruggevallen. Voor de duidelijkheid: er is nu nog geen concreet zicht op legalisatie, daarvoor moeten de pioentelers een omgevingsvergunning aanvragen welke vergund kan worden, vooruitlopend op nieuw beleid en het omgevingsplan.  

Wat doet het college voor de betrokken agrariërs? 

Het college: ‘Wij zien de grote onzekerheid waar de agrarische ondernemers mee te maken hebben als gevolg van de handhavingskwestie. Van de gemeenteraad hebben wij een motie ontvangen, welke ons nog verder in staat stelt de mogelijkheden te onderzoeken en te ontdekken welk perspectief wij de ondernemers kunnen bieden. Wij willen een handelingsperspectief geven aan de ondernemers, voor de korte en lange termijn - voor de verschillende individuele situaties waarin ondernemers zich bevinden.  

Wij zullen bij de verdere behandeling van deze zaak aantoonbaar rekening houden met de levenscyclus van de pioenrozen en alle relevante individuele omstandigheden.  
 
Wij spannen ons in om tijdelijke vergunningen mogelijk te maken waar juridisch mogelijk, zodat er geen sprake meer is van een acuut onzekere situatie. In de tussentijd werken wij beleid uit en wijzigen wij het omgevingsplan, zodat ook op lange termijn duidelijkheid bestaat voor de ondernemers.’ 

Waarom is het telen van pioenrozen niet toegestaan?  

In het bestemmingsplan Landelijk gebied Opmeer 2014 is geregeld waar en hoe agrarische bedrijven zijn toegestaan. Akkerbouw en veeteelt is in het overgrote dele van het buitengebied mogelijk. Tuinbouw, waaronder de teelt van pioenrozen valt, is volgens het bestemmingsplan alleen toegestaan daar waar aangegeven op de plankaart.  

Is er sprake van een ‘fout’ in het omgevingsplan dat in 2014 werd goed gekeurd door de gemeenteraad? 

Een veronderstelling waaruit de conclusie getrokken zou kunnen worden dat deze situatie voorkomen had kunnen worden?  

Er is geen sprake van een ‘fout’. Er is eerder geen aanleiding geweest om te onderzoeken of pioenrozenteelt passend was binnen de regels van het bestemmingsplan, zoals de raad dat in 2014 heeft vastgesteld. De gemeenteraad heeft in 2014 het bestemmingsplan vastgesteld, waaronder de de inhoud met betrekking tot het toestaan van verschillende teelten op verschillende percelen. 

Het is niet mogelijk om dit direct te wijzigen. De gemeente heeft weliswaar een positieve grondhouding, maar moet wel onderzoeken waar en hoe tuinbouw mogelijk zou zijn. Tuinbouw kan namelijk gevolgen hebben voor de volksgezondheid, bodemgesteldheid en aanzien van het landschap. Om hierover weloverwogen beslissingen te kunnen nemen, is er tijd voor het onderzoek nodig en de daaropvolgende beraadslaging. 

Maakt de gemeente met de start van de handhavingsprocedure onnodige juridische kosten die ten kosten gaan gemeenschapsgelden? 

Na de oproep tot handhaving van De groene Arabesk – is de gemeente verplicht de noodzakelijke juridische stappen te volgen zoals eerder aangegeven en start tegelijkertijd het onderzoek naar de mogelijkheden voor de betrokkenen.  
 
Wanneer de gemeente een handhavingsverzoek ontvangt en er daadwerkelijk sprake is van een overtreding – en er als gevolg daarvan een handhavingstraject wordt gestart - dan  
zijn juridische kosten onontkoombaar.