Eerste bord Droppingsveldenroute onthuld in Opmeer
Op dinsdagavond 8 september is aan ’t War in Opmeer het eerste informatiebord van de Droppingsveldenroute West-Friesland officieel onthuld. Het is het eerste bord in een reeks van acht borden die op verschillende plekken in West-Friesland worden geplaatst.
Bijeenkomst bij Boerderij De Mandrill
De avond begon bij Boerderij De Mandrill in Spanbroek, waar burgemeester Herman Wiersema een korte toespraak hield over de bijzondere verhalen achter de Droppingsveldenroute. Verhalen over mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor moeilijke keuzes kwamen te staan en soms onverwacht een belangrijke rol speelden. Zoals de burgemeester het mooi verwoordde: “Mensen die geen held wilden zijn, maar het werden.”
Onthulling bij ’t War
Na de bijeenkomst wandelde het gezelschap gezamenlijk naar ’t War. Op deze prachtige plek in het West-Friese landschap werd het eerste bord onthuld door burgemeester Herman Wiersema, wethouder Erfgoed Daniel Hagens en mevrouw Bennica Radewalt-Biallosterski. Ook werd hier een nieuw bankje onthuld, dat is gesubsidieerd door de gemeente Opmeer.
Verhalen uit de oorlogsjaren opnieuw onder de aandacht
De Droppingsveldenroute is tot stand gekomen met subsidie vanuit LEADER en brengt bijzondere verhalen uit de oorlogsjaren opnieuw onder de aandacht. Via een QR-code op het bord kunnen bezoekers meer ontdekken over het verhaal achter deze plek en onder andere luisteren naar een kort geluidsfragment. Burgemeester Wiersema sprak zijn waardering uit voor Stichting Uit de Klei, de onderzoekers, vrijwilligers, grondeigenaren en alle anderen die aan het project hebben meegewerkt.
Zeven borden volgen
Met de onthulling aan ’t War is het eerste bord van de Droppingsveldenroute een feit. De overige zeven borden worden op verschillende locaties in West-Friesland geplaatst. Zo worden bijzondere verhalen uit onze regionale oorlogsgeschiedenis op de plekken waar ze zich hebben afgespeeld opnieuw zichtbaar.
“Zodat we blijven beseffen dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.” – burgemeester Herman Wiersema